Graf Emile Verhaeren Adinkerke
Graf Emile Verhaeren Wulveringem
Graf Emile Verhaeren 1927
Graf Emile Verhaeren 1955

Emile Verhaeren: dood en herinnering

Tijdens de Eerste Wereldoorlog heeft de dichter Emile Verhaeren een belangrijke rol gespeeld in de strijd van het vrije België. Hij publiceerde verschillende oorlogsgedichten en hield ook talloze lezingen ter ondersteuning van de Belgische troepen in hun strijd tegen de Duitse agressor. Het is bij zijn terugkeer van een dergelijke lezing dat de dichter op 27 november 1916 bij een treinongeval in het station van Rouen om het leven is gekomen.

Verhaeren was op dat moment een echt literair monument; een symbool ook van de strijd tegen de bezetter. De Franse autoriteiten wilden hem een rustplaats geven op Frans grondgebied – zelfs het Pantheon in Parijs werd genoemd – maar uiteindelijk wordt overeenstemming gevonden om de dichter te begraven op het laatste stukje onbezet België: Un lambeau de Patrie om het met de woorden van Verhaeren te zeggen. Zo wordt het stoffelijk overschot overgebracht naar de Westhoek achter de frontlijn van de IJzer: op 2 december 1916 wordt Verhaeren begraven op het kerkhof van Adinkerke. Met het aanhoudende kanongebulder in de verte is het een gebeurtenis met een zekere dramatiek. Op de plechtigheid zijn o.m. de Franse schrijver André Gide aanwezig. Het graf van Verhaeren zal nochtans niet zo lang in Adinkerke blijven. Om onduidelijke redenen wordt het eind 1917 of begin 1918 verplaatst naar het kerkhof van Wulveringem, niet zo ver van Veurne.

Wulveringem had geen bijzondere symbolische betekenis en is altijd maar een tijdelijke begraafplaats gebleven. De vrienden van Verhaeren hadden immers een heel andere begraafplaats op het oog: een plek aan de oevers van de Schelde. Zij hebben zich daarbij laten inspireren door een passage uit het Schelde-gedicht van Verhaeren:

Le jour que m’abattra le sort,
C’est dans ton sol, c’est sur tes bords
Qu’on cachera mon corps,
Pour te sentir à travers la mort,
Encor

‘L’Escaut’, in: Les Héros, 1908

De dag waarop mijn lot door het noodlot wordt genood,
Zal mijn lichaam aan jouw oeverrand
En in jouw grond verborgen worden, want
Het wil je ook nog voelen, zelfs doorheen de dood!

‘De Schelde’, in: Les Héros, 1908
Vertaling: Koen Stassijns
Uiteindelijk heeft men gekozen voor de indrukwekkende Schelde-bocht van Sint-Amands, het geboortedorp van de dichter. De keuze van deze plek wordt toegeschreven aan Henry Van de Velde, maar het eigenlijke monument werd gebouwd naar een ontwerp van de modernistische architect Louis Van der Swaelmen.

Het monument, ingeplant op de scheidingslijn van de oevervegetatie en de stroom, ziet eruit als een aangemeerd schip. Een voetpad met twee betonnen zitbanken geeft via een trap toegang tot het monument, dat ruimtelijk afgesloten is van het achterland door vier Italiaanse populieren. Op het betonnen platform vooraan bevond zich aanvankelijk een sobere, rechthoekige grafkelder. Daarop rustte een granieten plaat met de naam van de dichter. Op de arduinen plaat die de grafkelder afsloot waren enkele verzen uit ‘L’Escaut’ aangebracht. Het graf van Verhaeren droeg geen symbolen van religieuze aard. De inhuldiging van het praalgraf op 9 oktober 1927 was een van de grootste evenementen die Sint-Amands ooit heeft meegemaakt. Behalve koning Albert I en koningin Elisabeth waren er ook talrijke hoogwaardigheidsbekleders aanwezig.




In 1955 - naar aanleiding van de honderdste verjaardag van de dichter - werd Marthe Verhaeren, die haar man tot 1931 overleefde, in het graf bijgezet. De grafkelder wordt gevoelig vergroot en aangepast door architect Jan Lauwers. Een nieuwe zwarte granieten sarcofaag rust op een bredere zeszijdige grafkelder. Aan de voorzijde staan voortaan de namen van Emile en Marthe Verhaeren met de verzen "Ceux qui vivent d’amour, vivent d’éternité” (Les Heures d’après-midi, 1905). Aan de linkerzijde werden de reeds geciteerde verzen van ‘L’Escaut’ aangebracht en aan de rechterzijde enkele verzen uit Les Heures du Soir (1911): "Tu marchas libre et franche et claire sur ta route, Mêlant aux fleurs d’amour tes fleurs de volonté”.

Sinds 1993 is het graf geregistreerd als beschermd monument. Om overstromingen te voorkomen werd het in 2009 op een hoger niveau gebracht en volledig gerestaureerd.