|
De graven van Verhaeren
Emile Verhaeren kwam op 27 november 1916 om
het leven bij een treinongeval in het station van Rouen.
Omdat België door de Duitsers bezet was, wou Frankrijk de
dichter een laatste rustplaats geven tussen de grote Franse literatoren in het
Pantheon te Parijs. De familie weigerde en na tussenkomst van koning Albert I
werd Verhaeren op 2 december 1916 begraven op de militaire begraafplaats van
Adinkerke. Uit vrees voor het naderende oorlogsgeweld werden Verhaerens
stoffelijke resten enige tijd later ontgraven en overgebracht naar het kerkhof
van Wulveringem nabij Veurne.
|
Le jour que m’abattra le
sort, C’est dans ton sol,
c’est sur tes bords Qu’on cachera mon corps, Pour te sentir même à travers la mort, Encor |
|
L’Escaut - Les Héros
|
Elf jaar later, op 9 oktober 1927, werd Verhaerens lichaam
overgebracht naar het praalgraf aan de Schelde-oever in zijn geboortedorp. De
plechtigheid werd bijgewoond door talrijke personaliteiten waaronder het
vorstenpaar en toenmalig minister Camille Huysmans.
De keuze van deze unieke plek wordt toegeschreven aan de architect
en vriend van Verhaeren, Henry Van de Velde. Het ontwerp is van de hand van de
modernistische architect Louis Van der Swaelmen. Het monument, ingeplant op de
grenslijn van vegetatie en waterlijn, zag eruit als een aangemeerd schip. Een
voetpad met twee betonnen zitbanken gaf via een monumentale trap toegang tot een
verhoog, ruimtelijk afgesloten van het land door vier Italiaanse populieren. Een
metalen buisreling zoals die van een oceaanstomer was tussen de bezoeker en het
graf aangebracht. Op de betonnen onderbouw rustte een sobere, rechthoekige
grafkelder met spits toelopende, afgeknotte punt, waarop zich een granieten
plaat met de naam van dichter bevond. Op de arduinen plaat die de grafkelder
afsloot waren naast de naam en data van de dichter ook de dichtregels uit
‘L’Escaut’ aangebracht.
In 1955 - naar aanleiding van de honderdste verjaardag van de
dichter - werd Marthe, die haar man tot 1931 overleefde, in het graf bijgezet.
Het monument wordt gevoelig vergroot en aangepast door architect Jan Lauwers.
Een nieuwe zwarte granieten sarcofaag, met afgeronde bovenzijde rust op een
bredere zeszijdige grafkelder. Op de schuin oplopende zijvlakken staan de namen
van de echtgenoten met geboorte- en sterftejaar. De verzen ‘Ceux qui vivent
d’amour, vivent d’éternité’ (aan het voeteinde) en ‘Tu marchas libre et
franche et claire sur ta route, Mêlant aux fleurs d’amour tes fleurs de
volonté’ (aan de rechterzijde) sieren de zijkanten.
Sinds 1993 is het graf geregistreerd als beschermd
monument.
De graven "in beeld"
Een fotovoorstelling van de
verschillende begraafplaatsen en het verloop van de overbrenging
naar het praalgraf aan de Schelde-oever op 9 oktober 1927.
|